Bewijs voor schadelijkheid elektromagnetische straling

maandag, 18 oktober 2004 - Categorie: Onderzoeken

De Gezondheidsraad (http://www.gr.nl/pdf.php?ID=885) beweert dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat voor de bewering dat de elektromagnetische velden van zendmasten voor mobiele telefonie schadelijk kunnen zijn voor de menselijke gezondheid. Om te illustreren dat er weldegelijk wetenschappelijk bewijs bestaat voor die bewering, zijn hieronder citaten bijeenvergaderd met vermelding van de bron, het onderzoeksinstituut en de namen van de onderzoekers. Het gaat om onderzoeken van gerenommeerde onderzoeksinstituten: één onderzoek van TNO en twee bevolkingsonderzoeken waarvan één uit Spanje (Departement van Toegepaste Fysica in Valentie) en één uit Frankrijk (Nationaal Instituut van Toegepaste Wetenschappen). De citaten heb ik zo letterlijk mogelijk in het Nederlands vertaald.

1) Uit: Effects of Global Communication system radio frequency fields on Well Being and Cognitive Functions of human subjects with and without subjective complaints (COFAM), Zwamborn, Vossen, Van Leersum, Ouwens en Mäkel, TNO Physics and Electronics Laboratory, The Netherlands, September 2003.

1a) “From our research it is concluded that our hypotheses to find no causal relation between the presence of RF-fields and the measured parameters is rejected. We have found a statistically significant relation between UMTS-like fields with a field strength of 1 V/m and the Well Being. Both group A and group B show similar effects in the well-being results”.
Uit ons onderzoek is gebleken dat onze hypothese - dat we geen oorzakelijk verband zouden vinden tussen de aanwezigheid van radiofrequente velden en de te meten verschijnselen  – verworpen is. We hebben een statistisch significante relatie gevonden tussen UMTS-achtige velden met een veldsterkte van 1 V/m en het welbevinden. Zowel groep A als groep B vertonen soortgelijke verschijnselen in de resultaten over het welbevinden.

1b) "In literature, it is speculated that the effects on the cognitive parameters may be explained by an unknown mechanism induced by thermal effects. In our study it is shown that the thermal effects are negligible and therefore, an explanation on thermal effects seems highly unlikely for effects on the cognitive parameters.
In de literatuur wordt gespeculeerd dat de effecten op de cognitieve functies verklaard zouden kunnen worden door een onbekend mechanisme dat in gang gezet wordt door warmte effecten. In onze studie is aangetoond dat de warmte effecten te verwaarlozen zijn en daarom is een verklaring op grond van warmte effecten hoogst onwaarschijnlijk voor de effecten op de cognitieve functies.

2) Uit: The Microwave Syndrome: A Preliminary Study in Spain, E.A. Navarro, J. Segura, M. Portolés, C. Gómez-Perretta de Mateo, Departamento de Física Aplicada, Universitat de Valčncia, Valčncia, Spain and Centro de Investigación, Hospital Universitario LA FE, Valčncia, Spain, 10/01/2003.

2a) The measurements were very low compared with European safety guidelines 1999/519/EC DOCE 30/7/99 (1999/519/EC:). Actually the levels were lower than 0.2 µW/cm2. The Spanish legislation established a maximum limit of 450 µW/cm2 at a single frequency (900 MHz), the same as the European safety guidelines 1999/519/EC DOCE 30/7/99.
De meetwaarden waren erg laag in vergelijking met de Europese veiligheidsrichtlijnen 1999/519/EC DOCE 30/7/99 (1999/519/EC:). De meetwaarden waren zelfs lager dan 0.2 µW/cm2. De Spaanse wetgeving laat een maximum toe van 450 µW/cm2 op een enkele frequentie (900 MHz), even veel als de Europese veiligheidsrichtlijnen 1999/519/EC DOCE 30/7/99.

2b) The first group (< 150 m from BS) was exposed to a mean EMF power density 10 times higher than the second group (> 250 m from BS). Asthenic syndrome was 42% higher in the first group, diencephalic syndrome was 55% higher in the first group, sensorial alterations were 25% higher in the first group, and cardiovascular alterations 55% higher as well.
De eerste groep (< 150 m vanaf het basisstation) was blootgesteld aan elektromagnetische velden met een gemiddelde vermogen dat 10 keer hoger was dan in de tweede groep (> 250 m vanaf het basisstation). Het vermoeidheidssyndroom was 42% hoger in de eerste groep, het Russel syndroom was 55% hoger in de eerste groep, de gevoelsafwijkingen waren 25% hoger in de eerste groep en hart- en vaatafwijkingen waren ook 55% hoger.

2c) We find that discomfort (0.544), irritability (0.515), and appetite loss (0.485) are the most relevant symptoms correlated with exposure intensity. Others symptoms, fatigue (0.438), headache (0.413), difficulty in concentrating (0.469), and sleep disturbances (0.413), also show a significant correlation with exposure intensity.
We concluderen dat oncomfortabele gevoelens (0.544), prikkelbaarheid (0.515), en gebrek aan eetlust (0.485) de meest relevante symptomen zijn die verband houden met de intensiteit van de blootstelling. Andere symptomen zoals vermoeidheid (0.438), hoofdpijn (0.413), concentratieproblemen (0.469) en slaapproblemen (0.413) vertonen ook een significante relatie met de intensiteit van de blootstelling.

2d) Trying to find comparisons between our results and previous work, we can claim a strong similarity with the Lilienfeld study (Johnson-Liakouris, 1998), which showed a dose-response relationship between various neurological symptoms and microwave exposure. These symptoms were grouped under the name “microwave syndrome” or “radiofrequency radiation sickness.”
In een poging om vergelijkingen te vinden tussen onze resultaten en vorige onderzoeken, kunnen we een grote overeenkomst aantonen met de Lilienfeld studie (Johnson-Liakouris, 1998) die een dosis-reactie verband aantoonde tussen verschillende neurologische symptomen en blootstelling aan elektromagnetische velden. Deze symptomen werden aangeduid met de naam ‘microstralingssyndroom’ of ‘radiofrequente stralingsziekte’.

2e) The present results demonstrate a significant correlation between several symptoms of what is called microwave sickness and the microwave power density associated with the Base Station located on a hill at the edge of the town. The severity of the symptoms weakens for people who live far away, at a distance greater than 250 m from the main EMF source and at a power density lower than 0.1 µW/cm2.
De huidige resultaten tonen een significante relatie tussen verschillende symptomen die men microstralingsziekte noemt en de intensiteit van de elektromagnetische velden afkomstig van het basisstation dat gesitueerd is op een berg aan de rand van de stad. De ernst van de symptomen neemt af bij mensen die verder weg wonen, op een afstand groter dan 250 meter van de belangrijkste stralingsbron en bij een stralingsintensiteit die lager is dan 0.1 µW/cm2.

2f) At present, the electromagnetic/microwave power density is not a recognized environmental pollutant. The reported results are obtained from one of the first social surveys on the health of the population living in the vicinity of a Base Station of GSM-DCS cellular phone. Op dit moment wordt de elektromagnetische stralingsintensiteit van basisstations niet herkend als een milieuvervuiler. De gerapporteerde resultaten zijn verkregen van één van de eerste bevolkingsonderzoeken inzake de gezondheid van een populatie die leeft in de nabijheid van een basisstation voor GSM telefonie.

3) Uit: Symptoms experienced by people living in the vicinity of cellular phone base stations: Influence of distance and sex, R. Santini, P. Santini, M. Seigne, J.M. Danze, Institut National des Sciences Appliquées, Laboratoire de Biochimie-Pharmacologie, France, article accepted as a letter to editor in La Presse Medicale, 10 september 2001.

3a) The table (see below table 1) clearly shows: Tabel 1 (zie onder) toont duidelijk aan:

3a i) The existence of certain complaints (nausea, loss of appetite, visual disturbances, movement difficulties) of significant differences (p<0.05) solely within a zone very close to base stations (less than 10 m) and not beyond that. De aanwezigheid van bepaalde klachten (misselijkheid, gebrek aan eetlust, gezichtsstoornissen, evenwichtsstoornissen) die significant afwijken (p<0.05) alleen binnen een gebied zeer dichtbij de basisstations (minder dan 10 meter) en niet buiten dat gebied.

3a ii) The fact that for other symptoms, a significant rise in the frequency of complaints (p<0.05) was observed up to a distance of 100 m (irritability, depressive tendency, loss of memory, dizziness) – 200 m (headaches, sleep disturbance, feeling of discomfort, skin problems) – indeed 300 m (fatigue). Het feit dat voor andere symptomen een significante groei in de frequentie van de klachten (p<0.05) werd waargenomen tot een afstand van 100 meter (prikkelbaarheid, neiging tot depressie, geheugenverlies, duizeligheid), tot 200 meter (hoofdpijn, slaapproblemen, oncomfortabele gevoelens, huidproblemen) en zelfs tot 300 meter (vermoeidheid).

3b) In terms of these results and in application of the precautionary principle, it is recommended that base stations not be sited less than 300 meters from residences, particularly in the case of locations where populations are found that are physiologically more fragile (day care centers, schools, retirement homes, hospitals . . .). In het kader van deze resultaten en bij toepassing van het voorzichtigheidsbeginsel wordt het aanbevolen dat basisstations niet minder dan 300 meter worden gesitueerd uit de buurt van woonverblijven, specifiek in het geval van locaties waar populaties verblijven die psychologisch fragieler zijn (kinderdagverblijven, scholen, bejaardenhuizen, ziekenhuizen en dergelijke).

Table 1

De bovenstaande tabel is moeilijk leesbaar. Daarom zijn de resultaten van de respondenten die het meest frequent klachten ondervonden (kolom 3) gevisualiseerd in de onderstaande grafieken.

Uit de onderzoekshypothese van TNO blijkt dat men niet verwacht had een verband te vinden tussen elektromagnetische velden van UMTS zendmasten en het welbevinden van de onderzochten. Veel wetenschappers erkennen alleen opwarming van het lichaamsweefsel – zoals een magnetron dat doet - als enige invloed van elektromagnetische velden op het menselijk lichaam. De normen voor elektromagnetische velden zijn op die opwarmingseffecten gebaseerd (en op storingsgevaar op andere apparatuur).

Omdat de opwarming door UMTS zendmasten verwaarloosbaar klein is, concludeerde TNO: “daarom is een verklaring op grond van warmte effecten hoogst onwaarschijnlijk”. De elektromagnetische velden van UMTS basisstations hebben dus invloed op het menselijk lichaam door middel van een onbekend mechanisme. En dan zijn die effecten nog eens direct meetbaar ook. We weten dus wel dat deze elektromagnetische velden een negatieve invloed hebben op het menselijk lichaam, maar we weten niet wat voor mechanisme die verschijnselen veroorzaakt. Het moge duidelijk zijn dat onze normen voor elektromagnetische velden dus niet deugen en ergens anders op gebaseerd moeten worden.

TNO heeft aangegeven dat een andere instantie het onderzoek moet herhalen om de bewijzen te staven. Het is bijzonder dat de overheid dit onderzoek nog steeds niet heeft laten uitvoeren, maar het UMTS netwerk rustig laat uitrollen, waardoor er in ons land naast de bestaande 10.000 GSM basisstations nog eens 50.000 UMTS basisstations bijkomen om de bevolking nog intensiever te bestralen.

De twee bevolkingsonderzoeken over GSM basisstations spreken ook boekdelen. Beide onderzoeken tonen aan dat het aantal gezondheidsklachten onder omwonenden toeneemt hoe dichter men een GSM basisstation nadert. De bewering van de Gezondheidsraad dat er geen wetenschappelijk bewijs voorhanden is voor de schadelijkheid van elektromagnetische velden van basisstations voor mobiele telefonie is onjuist. Aan de hand van de bovengenoemde bronvermeldingen kunt u dat zelf natrekken.

Het probleem is dus niet dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor de schadelijkheid van GSM zendmasten, maar het probleem is dat dit bewijs (nog) niet maatschappelijk aanvaard wordt. Men krijgt sterk de indruk dat deze weigering tot maatschappelijke aanvaarding van het voorhanden zijnde wetenschappelijk bewijs alles te maken heeft met de belangen van een aantal invloedrijke maatschappelijke partijen:

  1. de financiële belangen van de rijksoverheid (de enorme opbrengsten van de UMTS frequenties);
  2. de belangen van het bedrijfsleven (de investeringen in UMTS en de werkgelegenheid);
  3. het belang dat veel consumenten hechten aan het gerief van mobiele telefonie, waardoor men kritische geluiden niet wil horen.

Te veel maatschappelijke partijen willen het wetenschappelijke bewijs niet als deugdelijk erkennen.

Het bewijs dat elektromagnetische straling schadelijk is, is nog sterker dan het bewijs dat roken, asbest, röntgenstraling en radioactieve straling schadelijk zijn. TNO heeft aangetoond dat zich direct meetbare gezondheidsproblemen voordoen bij slechts 45 minuten blootstelling aan UMTS straling. Bij roken, asbest, röntgenstraling, en radioactieve straling zijn de gezondheidsproblemen niet direct meetbaar en daar twijfelt niemand aan de schadelijkheid. Wie beweert dat elektromagnetische velden van basisstations voor mobiele telefonie schadelijk kunnen zijn, wordt verdwaasd aangekeken.

De uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken vormen voldoende aanleiding om het voorzorgsbeginsel toe te passen, zoals verwoord in artikel 174 lid 2 van het EG Verdrag. De bevolkingsonderzoeken laten grote aantallen gezondheidsproblemen zien in de nabijheid van zendmasten voor mobiele telefonie. Het TNO onderzoek laat direct optredende en direct meetbare negatieve gezondheidseffecten zien van UMTS achtige straling wat niet gezegd kan worden van roken, asbest, röntgenstraling, en radioactieve straling. Daarom is het risico groot dat de effecten van elektromagnetische velden van basisstations voor mobiele telefonie op lange termijn nog schadelijker zullen zijn. De Gezondheidsraad tekent aan dat ‘de tijdsperiode waarin grote delen van de bevolking aan de elektromagnetische velden van mobiele telefoons en GSM-antennes zijn blootgesteld, mogelijk te kort is om conclusies te trekken over eventuele langetermijneffecten’.

Een proportionele toepassing van het voorzorgsbeginsel met de huidige kennis van zaken betekent niet dat zendmasten voor mobiele telefonie en daarmee mobiele telefonie zelf afgeschaft dienen te worden. Voor GSM basisstations is het raadzaam het advies op te volgen uit het onderzoek ‘Symptoms experienced by people in the vicinity of cellular phone base stations, Influence of distance and sex’: “In het kader van deze resultaten en bij toepassing van het voorzichtigheidsbeginsel wordt het aanbevolen dat basisstations niet minder dan 300 meter worden gesitueerd uit de buurt van woonverblijven, specifiek in het geval van locaties waar populaties verblijven die psychologisch fragieler zijn (kinderdagverblijven, scholen, bejaardenhuizen, ziekenhuizen en dergelijke)”.
De Engelse overheid heeft dit advies inmiddels opgevolgd. Het MeldpuntenNetwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) adviseert inzake GSM basisstations ‘om binnen een straal van 200 m van woonhuizen, scholen en andere verblijflocaties geen masten te plaatsen’.

Een proportionele toepassing van het voorzorgsbeginsel voor UMTS basisstations betekent volgens het MNGM: “NIET PLAATSEN, totdat er met zekerheid kan worden vastgesteld dat er GEEN schadelijke effecten voor de gezondheid zijn” (www.mngm.nl/nieuwsbrieven-2003_map/dec-2003-nr1.pdf). Het belang van het verzenden van foto’s en filmpjes via mobiele telefonie (de belangrijkste mogelijkheden van UMTS) weegt immers totaal niet op tegen het gezondheidsbelang van talloze burgers.

Gemeenten kunnen operators voor mobiele telefonie middels een goed Plaatsingsplan stimuleren om bestaande zendmasten naar veiligere locaties te verplaatsen. Zendmasten buiten de periferie kunnen ook voor voldoende dekking binnen de periferie zorgen. De Rijksoverheid kan beter stoppen met het laten uitrollen van het UMTS netwerk. Zij kan beter eerst onderzoek laten doen naar de schadelijkheid van UMTS straling.

Gezondheid en veiligheid is de meeste burgers heel veel waard!





Lees verder in de categorie Onderzoeken | Terug naar homepage | Lees de introductie