'Final opinion' van SCENHIR

vrijdag, 11 mei 2007 - Categorie: Artikelen

Er is weer eens een 'review' verschenen van de uitwerkingen van niet-thermische, niet-ioniserende elektromagnetische velden (EMF).

Ditmaal een ‘final opinion' van het Scientific Committee on Emerging and Newly Identified Health Risks (SCENHIR), vastgesteld op 21 april 2007.

ec.europa.eu/health/ph_risk/committees/04_scenihr/docs/scenihr_o_007.pdf

De mening van het SCENHIR is gebaseerd op geselecteerde artikelen in Engelstalige ‘peer reviewed' tijdschriften. Wetenschap in het Duits, Frans, Spaans, Russisch, Chinees enzovoort is blijkbaar niet van belang. Terwijl de Russen bekend staan om hun uitgebreide onderzoek naar biologische effecten van niet-thermische, niet-ioniserende elektromagnetische velden.

Naar de ervaringen van burgers luistert SCENHIR niet. De WHO heeft in 2005 nog wel een Factsheet 296 uitgegeven, vanwege het toenemende aantal personen met gezondheidsklachten gerelateerd aan EMF, maar de personen met de aandoening ‘electromagnetic hypersensitivity' (EHS) worden door het SCENHIR niet gehoord en hun ‘cases' worden niet onderzocht.

Het SCENHIR merkt op dat voor elektromagnetische velden van 100 kHz tot 300 GHz (o.a. radio, televisie, communicatie, radar) uitgebreid onderzoek is gedaan na 2001, het jaar waarin het SCENHIR zijn vorige ‘opinion' heeft gegeven. De conclusie van het SCENHIR luidt, dat er geen gezondheidseffecten op consistente wijze zijn aangetoond beneden de door het International Committee on Non Ionising Radiation Protection (ICNIRP) in 1998 vastgestelde grenswaarden.

Er zijn dus wel gezondheidseffecten gevonden, maar op - volgens het SCENHIR - niet consistente wijze. Het SCENHIR voegt bovendien onmiddellijk aan de conclusie toe, dat de database voor de evaluatie beperkt is, in het bijzonder met betrekking tot langdurige blootstelling aan lage dichtheden. Hoe kan dat? Wel uitgebreid onderzoek, maar slechts een beperkte database?

Vervolgens merkt het SCENHIR op dat voor elektromagnetische velden van 300 Hz tot 100 kHz (o.a. militaire communicatie, navigatie) de epidemiologische gegevens zeer schaars zijn. Deze frequenties worden in toenemende mate gebruikt. Over de effecten is nauwelijks iets bekend.

Over elektromagnetische velden van 0 tot 300 Hz (o.a. elektrische installaties) staat overeind dat zij mogelijk kankerverwekkend zijn, in het bijzonder voor wat betreft leukemie bij kinderen. De gegevens over statische magnetische velden (o.a. MRI-apparaten) zijn zeer schaars.

Over de gevolgen voor het milieu schrijft het SCENHIR, dat er onvoldoende gegevens zijn om vast te stellen of een enkele blootstellingsnorm geschikt is voor de bescherming van alle soorten tegen EMF. De data zijn ook niet geschikt om te beoordelen of de grenswaarden voor het milieu dezelfde moeten zijn als voor de bescherming van de gezondheid van mensen, of aanzienlijk moeten verschillen.

Nou, alles bij elkaar geeft dat niet het beeld dat de ‘final opinion' van het SCENHIR stevig verankerd is in onderzoek en wetenschappelijke gegevens. Eigenlijk is het SCENHIR niet meer bekend dan dat elektrische installaties (50 en 60 Hz) mogelijk kankerverwekkend zijn en dat van radio, televisie, mobiele telefonie en radar geen gezondheidseffecten op consistente wijze zijn aangetoond, gebaseerd op uitgebreid onderzoek sinds 2001 (uitsluitend in het Engels in peer reviewed tijdschriften) maar - in tegenspraak daarmee - slechts een beperkte database.

Uit de ‘final opinion' van het SCENHIR valt dus te concluderen: er is weinig bekend, er zijn weinig gegevens beschikbaar en er bestaat geen consistent beeld van de gezondheidseffecten van niet-thermische, niet-ioniserende elektromagnetische velden. Weinig zekerheid, dus het risico is relatief groot, omdat gevolgen zoals leukemie ernstig zijn. Volgens WHO Factsheet 296 kan ook EHS (electromagnetic hypersensitivity) een ernstige aandoening zijn.

Tot zover het ‘abstract' van de ‘final opinion' van het SCENHIR.

In de ‘final opinion' merkt het SCENHIR voor elektromagnetische velden van radio, televisie en mobiele communicatie op, dat dikwijls (dus niet altijd) gegevens bekend zijn over de bronnen van EMF, maar weinig bekend is over de blootstelling van individuele personen. SCENHIR adviseert dat op te lossen met dosimeters (die neemt een persoon mee, ze registreren voor bepaalde frequenties aan welke dosis de persoon in een bepaald tijdsbestek blootstaat). Ik vind dit geen goede methode. Wat vastgelegd moet worden is het totaalbeeld van de milieufactor EMF. Dat gaat niet door ‘enige tijd de dosis van wat frequenties te meten'.

De fout die het SCENHIR hier maakt, is de vooronderstelling dat bepaalde parameters van de bronnen bepalend zijn voor de uitwerkingen van EMF, zoals bepaalde frequenties en een dosis. Maar dat is nu net onbekend. Er zijn aanwijzingen dat de effecten soms wel, soms niet optreden onder voor zover bekend dezelfde omstandigheden. Er zijn aanwijzingen dat er sprake is van ‘thresholds' (drempels van dichtheden en eigenschappen waarboven een effect wel optreedt) en ‘windows' (alleen binnen bepaalde minimum en maximum dichtheden of eigenschappen effecten). Ook zijn er aanwijzingen dat er geen vaste relatie is tussen dosis en effect. Tenslotte hebben biologische systemen een enorme variatie. Een vastgestelde SAR van 1 W/kg correspondeert voor meer dan een kwart van de mensen met een absorptie van minder dan 0,5 W/kg, voor een ander kwart van de mensen met een absorptie van meer dan 2 W/kg.

Daarna bespreekt het SCENHIR de techniek van mobiele communicatie (o.a. GSM, UMTS, DECT, WLAN) en van medische toepassingen van EMF, maar meldt helemaal niets over de absorptie door mensen, dieren, planten en materialen. Ook dat is een kenmerkende fout. De effecten van EMF worden bepaald door de absorptie en reactie van het biologische systeem.

Vervolgens bespreekt het SCENHIR ongeveer 30 epidemiologische onderzoeken over mobiel telefoneren en kanker. Kanker! Dat is voor personen met EHS helemaal niet interessant. Zij leven met een ernstige aandoening, maar niet met kanker. De algemene bevolking is bang voor kanker, begrijpelijk, want n op de drie mensen krijgt in de loop van zijn of haar leven kanker. Maar het is weinig zinvol om een relatie tussen EMF en kanker te bestuderen, als de personen met EHS klagen over slapeloosheid, duizeligheid, tintelingen, pijn en dat soort klachten.

Er is een toename van in het bijzonder ‘acoustic neuroma' na 10 jaar. Verder is het allemaal onzeker, de eindresultaten van het grote Interphone onderzoek zullen ook geen definitieve conclusie mogelijk maken.

Kunnen niet-thermische niet-ioniserende velden schade aanrichten? Ja het kan, schrijft SCENHIR. Het is mogelijk dat bepaalde cellulaire onderdelen die veranderen door blootstelling aan EMF, zoals vrije radikalen, indirect DNA aantasten. De meeste onderzoeken vinden geen effecten, maar een aantal wel. Sommige onderzoekers vinden een relatie tussen EMF en apoptose en celproliferatie, maar de meeste niet. Het wordt door SCENHIR irrelevant verklaard met als argument: we strepen het tegen elkaar weg (de resultaten zijn controversieel). Bovendien, bij gezonde mensen kan het geen kwaad. Dat is een steeds terugkerend en hoogst eigenaardig argument, want personen met EHS zijn niet gezond.

Het enige rationele scenario, onderzoek van de zieke personen en zuiver wetenschappelijk onderzoek naar de interactie tussen EMF en biologische systemen, wordt niet gevolgd.

Het SCENHIR meldt wel dat enkele onderzoeken van personen met EHS verricht zijn, maar dat te weinig informatie voorhanden was over de blootstelling en over biologische werkingsmechanismen. Er zou meer onderzoek gedaan moeten worden, maar in werkelijkheid wordt nooit een geval van EHS grondig onderzocht. Steeds worden metingen verricht, die altijd uitwijzen dat de adviesgrenswaarden ter voorkoming van verhitting niet overschreden worden. Altijd volgt dan de conclusie ‘het zal wel psychologisch zijn', die net zo min een wetenschappelijke basis heeft als ‘de elektromagnetische velden zijn de oorzaak'.

Over invloeden op het zenuwstelsel schrijft het SCENHIR dat effecten zijn gevonden op het EEG, de structuur van de slaap, de cognitieve functies en de neurotransmitters. Andere onderzoekers vinden geen effecten. Conclusie van het SCENHIR? We begrijpen het niet, maar het zal wel geen kwaad kunnen.

Het blijft een rare vertoning, dit soort ‘opinions' en adviezen van gremia zoals het SCENHIR en de Gezondheidsraad. Er bestaan personen met een ernstige aandoening, die rapporteren dat hun klachten in verband staan met de milieufactor EMF. De reactie van deze gremia bestaat uit het bestuderen waarom het eigenlijk niet mogelijk zou zijn en dat meedelen aan de bevolking en aan de zieke mensen, die geen andere oorzaak voor hun problemen kunnen vinden. Ondertussen worden burgers ongerust en sommigen zelfs angstig, wat ook niet goed is voor de gezondheid. Aan de andere kant ontkennen belanghebbenden (o.a. operators van mobiele telefonie, overheid, bedrijfsleven) met klem dat de elektromagnetische velden ook maar iets kunnen aanrichten en gedragen zij zich soms regelrecht agressief tegen personen met EHS.

Het SCNEHIR trekt op basis van beperkte data en tegenstrijdige onderzoeksresultaten ferme conclusies, maar wel met de bekende slagen om de arm. Het gevolg is dat zieke mensen in de handen van alternatieve genezers en charlatans gedreven worden, dat de onrust onder de bevolking alleen maar toeneemt en dat een behoorlijke opbouw van kennis over EHS en EMF achterwege blijft. Het is geen aantrekkelijk scenario .....

stopumts



Lees verder in de categorie Artikelen | Terug naar homepage | Lees de introductie