‘DECT en WLAN verdienen meer aandacht'

donderdag, 14 december 2006 - Categorie: Artikelen

Symposium over de gevolgen van straling voor de gezondheid

Utrecht - De huidige aandacht gaat vooral uit naar effecten van hoogfrequente straling, bijvoorbeeld van GSM en UMTS. Er moet ook aandacht geschonken worden aan de straling van kleine antennes, bijvoorbeeld van draadloze DECT telefoons en WLAN netwerken bij de mensen thuis. Ook daar kunnen gezondheidsproblemen door ontstaan.

Dat stelden neurobioloog dr. Hugo Schooneveld van de Werkgroep Elektrische Overgevoeligheid (WEO) en bouw- en gezondheidskundige dr. ir. Michiel Haas van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ekologie (NIBE) op een symposium over ‘elektrogevoeligheid' in Utrecht. Zij stelden dat gezondheidsklachten niet alleen door hoogfrequente starling, maar ook door laagfrequente velden kunnen ontstaan. Daarbij moet men denken aan waterbedden, elektrische dekens, elektronica en huishoudelijke apparaten. Voor de mensen die getroffen worden door ‘elektrogevoeligheid' zijn de gevolgen voor hun gezondheid groot, ongeacht of de oorzaak nu in de hoogfrequente straling of de laagfrequente velden gezocht moet worden.

Repeterend onderzoek

Op het symposium sprak onder andere medisch technoloog prof. dr. Norbert Leitgeb van de Universiteit van Graz in Oostenrijk. Op de vraag hoeveel patinten hij nodig had om ‘elektrogevoeligheid' te kunnen onderzoeken, stelde hij dat n patint voldoende is. Onderzoekers zouden n patint repeterend moeten onderzoeken, om te ontdekken wat er aan de hand is. Dat wil zeggen dat n ‘elektrogevoelige' patint gedurende een lange periode gevolgd wordt en regelmatig door een team van deskundigen onderzocht wordt. Dat soort onderzoek heeft nog nooit plaatsgevonden.

Leitgeb zowel als milieukundige prof. dr. Lucas Reijnders van de Universiteit van Amsterdam benadrukten dat mensen niet goed in staat zijn om te onderscheiden of elektromagnetische straling ‘aan' of ‘uit' staat. Dat geldt zowel voor ‘elektrogevoelige' als ‘niet-elektrogevoelige' mensen. Daardoor is het moeilijk om te geloven dat ‘elektrogevoeligheid' bestaat. Bovendien leidt het ertoe dat wetenschappers geen goede criteria voor onderzoek kunnen opstellen. Dat ‘elektrogevoelige' mensen gezondheidsklachten hebben of ziek zijn staat buiten kijf, aldus Leitgeb. De oorzaak van de ziekte wordt echter vaak in de verkeerde richting gezocht.

Acceptatie vertraagd

Het symposium ‘Understanding Electrohypersensitivity' was het eerste over dit onderwerp in Nederland. Het werd gehouden in Utrecht door de WEO en gesponsord de Stichting Platform Gezondheid en Milieu (MGM ), op zijn beurt financieel gesteund door de rijksoverheid. ‘Elektrogevoeligheid' is het verschijnsel dat sommige mensen (ongeveer 1,5 procent van de bevolking) last hebben van sommige elektromagnetische velden. Volgens Schooneveld is de variatie in bronnen en effecten zeer groot. Dat maakt onderzoek naar de oorzaken lastig en de maatschappelijke acceptatie van het verschijnsel wordt daardoor vertraagd.

De patinten ontdekken de relatie met de elektromagnetische velden doordat hun klachten verdwijnen op plaatsen met weinig straling. Medische hulpverleners en andere instanties zijn nauwelijks op de hoogte van de problematiek. Leitgeb en Schooneveld stelden dat de wetenschap onconventionele methoden moet ontwikkelen om experimenten uit te voeren. Het uitvoeren van onderzoek met grote hoeveelheden proefpersonen en statistische verschillen heeft weinig zin, omdat de ‘elektrogevoelige' reacties verloren gaan in de ‘ruis' van aspecifieke symptomen.

Het symposium vond plaats op 8 december 2006. Over twee jaar houdt de WEO opnieuw een symposium over ‘elektrogevoeligheid'.

Voor meer informatie: de Werkgroep Elektrische Overgevoeligheid (WEO) is gevestigd in Wageningen, telefoon 0317 415081.



Lees verder in de categorie Artikelen | Terug naar homepage | Lees de introductie